>>home
TITLE
YEAR
DURATION
TRACKS
       
A GUIDE TO NIGHT SOUNDS
2002 14:35 8
       
<<previous - next>>      

Wanneer een componist besluit een elektronisch werk te componeren, dan staat hij voor beslissingen die, naast de structuur van het werk, ook de innerlijke structuur van het klankmateriaal betreffen. Door de opmars van de synthesizer en sampler hebben deze beslissingen vandaag de dag helaas vaak weer een instrumentaal karakter: welke synthesizer, welke preset, welke sample etc.

Hoe anders was deze situatie in de vroege Duitse studio's voor elektronische muziek, waarin de apparatuur in technische zin oneindig veel beperkter was in haar mogelijkheden, maar waar de componist juist vanuit deze beperkingen werd geconfronteerd met de noodzaak om ook op dit relatief lage niveau compositorische strategieën te ontwikkelen.

Omdat men hiermee destijds een "Terra Nova" betrad, is het niet verwonderlijk dat de gekozen compositorische modellen voor de klankopbouw dezelfde waren als die voor de vorm, en wel die van de uit de seriële muziek ontstane 'parametrische controle'.

In de technische realiteit van de studio wilde dat zeggen dat voor ieder aspect van de klank een individueel apparaat verantwoordelijk was dat d.m.v. draaiknoppen of schakelaars bestuurd kon worden. Door van meerdere apparaten gelijktijdig de instellingen te veranderen of door de klank in een aantal stappen te realiseren kon een klankstructuur ontstaan die een inwendige polyfone kwaliteit heeft.

Resultaten werden opgenomen op band, waarna d.m.v. bandmontage langere structuren konden worden gerealiseerd. Deze structuren konden vervolgens in een volgende fase weer bewerkingen als filtering, ringmodulatie, transpositie, omkering en/of vergalming ondergaan waardoor vorm varianten ontstonden. Ook deze varianten konden weer veranderingen ondergaan, net zo lang tot de componist al het benodigde materiaal had om de hem voor ogen staande compositie te voltooien.

Aanvankelijk als onderzoek ben ik vorig jaar begonnen om met behulp van software (Kyma) klankproductiemethoden te ontwikkelen binnen de hierboven beschreven historische beperkingen.
Dit onderzoek heeft onder andere geleid tot een compositie (K12) van 8 minuten die is gebaseerd op een nauwkeurige uitwerking is van het cursusmateriaal zoals dat door G.M. Koenig is gebruikt tijdens de Bilthovense cursus voor elektronische muziek in 1964/65.
Met gebruik van uitsluitend sinustonen, een ruisgenerator, een filter, een ringmodulator, een galmapparaat en twee mono bandrecorders (een situatie die op dat moment al als 'beperkt' kon worden beschouwd) leerden de cursisten niet alleen de grondslagen van de elektronische klankproductie kennen, maar werkten zij tegelijkertijd naar een eindresultaat toe in de vorm van een voor iedere cursist verschillende compositie.

De klankrealisatie van het uitgangsmateriaal (die zelfs met de mogelijkheden van nu nog behoorlijk arbeidsintensief is geweest) leverde mij dermate aansprekende structuren op dat ik besloot voornamelijk op basis van dit materiaal een grotere compositie uit te gaan werken.

   
sketch for large form click to play excerpt 1 click to play excerpt 2

De titel "A Guide to Night Sounds" (die ik bij toeval ontdekte op een Amerikaans cassettebandje met vogelgeluiden) verwijst enerzijds naar het cursusmateriaal, dat als een gids voor klanproductie kan worden beschouwd, en anderzijds is ook de grote vorm van het werk een gids in die zin dat andere routes langs hetzelfde klankmateriaal als vormvariant denkbaar zijn.
(De componist Luctor Ponse, die in 1964 de Bilthoven cursus heeft gevolgd, componeerde een jaar later het werk "Nacht", dat eveneens voor een groot deel op de methodiek van het cursusmateriaal teruggrijpt).

Een herziene versie van "A Guide to Night Sounds" werd in 2006 gerealiseerd in de studio van de Technische Universiteit in Berlijn.